Trainerschap

Tekst: Anjolie Engels-Wisse, Voorzitter VZA –

Training geven, van pupillen tot en met masters. Voor elke leeftijdscategorie zijn er diverse trainingsprogramma’s bij de atletiekverenigingen in omloop waarin de recreatieve sporter tot de topatleet met plezier en in een veilige sportomgeving uitdaging kan vinden om zijn of haar doelen te bereiken. Handig voor de (beginnende) pupillentrainer is de opzet van de Athletics Champs (AC). Deze variatie op de basisonderdelen uit de atletiek bieden naast veel plezier een gerichte training in opbouw naar de junioren. Tijdens de uitvoering van deze AC onderdelen leren de pupillen zichzelf de juiste techniek aan voor het later kunnen gaan beheersen van de traditionele onderdelen. In de juniorentijd ziet een trainer de verschuiving van het uitvoeren van alle atletiekonderdelen naar het specialiseren op 1 of een paar onderdelen. En bij de senioren en masters ligt de nadruk binnen vrijwel alle verenigingen op enkel het hardlopen.

De trainer kan bij het aanbieden van zijn trainingen gebruik maken van vier inzichten. Bj het volgen van dit plan door de jaren heen, wordt de sporter stapsgewijs aangeleerd zelf verantwoordelijkheid te dragen over hun eigen leerproces.

 

Structureren

Het begint bij het bieden van structuur. Het is zinvol als de trainer een onderbouwing van de trainingsinhoud aangeeft en tijdens de training inspeelt op de leerbehoeften en ontwikkelingsmogelijkheden van de sporter. Er wordt uitleg gegeven welke vaardigheden eerst beheerst moeten worden om een volgende stap te kunnen maken. De recreatieve sporter en de topatleten weten dankzij het aanbieden van structuur wat en waarvoor zij trainen. Vooral kinderen die gecompliceerd gedrag vertonen kunnen rust vinden wanneer zij aan het begin van de training op de hoogte zijn van het trainingsaanbod. Het stellen van duidelijke regels en deze consequent hanteren biedt de sporters veiligheid, want de grenzen in het vertonen van wel / niet geoorloofd gedrag zijn dan bekend.

 

Stimuleren

De volgende stap die de trainer kan maken is de atleet na laten denken over welke vaardigheden hij /zij wil beheersen. Belangrijk is dat er hier de mogelijkheid tot keuze geboden wordt. De sporter krijgt ruimte en kan initiatief tonen waardoor zelfstandigheid en autonomie gestimuleerd kan worden. Wanneer de sporter zelf nadenkt over zijn ontwikkelingsproces en bewust kan kiezen voor het gaan trainen van een bepaald onderdeel zal het positieve effect daarvan te zien zijn in een actieve houding van de sporter. Deze zal meer gemotiveerd aan de slag gaan en met een grotere inzet trainen. Dankzij een grotere intrinsieke motivatie zal de sporter zijn talent sneller kunnen ontwikkelen.

 

Individuele aandacht geven

Vervolgens is er zinvolle feedback nodig waarbij rekening gehouden wordt met de unieke behoefte van de sporter. Ook als er in groepsverband gesport wordt, is elke sporter een individu die aandacht nodig heeft. De ene sporter zal direct feedback wensen, een ander wil er eerst zelf over nadenken en pas na de training terugkijken. Rekening houden met de behoeften van de atleet verlangt een invoelend vermogen van de trainer. Deze biedt zo nodig hulp wanneer een sporter doelen voor op de korte en langere termijn stelt en prikkelt hem / haar in het zoeken naar oplossingen. Tijdens en / of na de training worden momenten ingepland om op een positieve wijze te reflecteren. Dit zal een sterke bijdrage leveren aan het plezier wat de sporter zal beleven, de vaardigheden zullen toenemen en het zelfvertrouwen kan groeien.

 

Regie overdragen

Ten slotte is de laatste stap te maken. Als de zich sporter bewust is van de waarde van de vaardigheden die hij / zij wilt beheersen, dan kan deze zelf een plan maken wat er getraind zal gaan worden. Tijd voor reflectie dient ingebouwd te worden en trainer en sporter monitoren samen het ontwikkelingsproces. Wanneer de vaardigheden die behoren tot zelfregulatie: metacognitie, motivatie en doelgericht handelen goed beheerst worden door de atleet, kan deze effectief leren. Hij / zij is dan zelf in staat goed te plannen, monitoren evalueren en reflecteren.

De trainer die structuur aanbiedt in zijn trainingen, geeft de sporter de kans te leren zelf structuur aan te brengen. Doelen kunnen smart gekozen worden. De atleet kan een keus maken in de aan te leren vaardigheden. De trainingstijd zal effectief benut worden en de kwaliteit zal hoog zijn. Met positieve feedback, passend bij de sporter op het gewenste moment zal het talent zich als vanzelf gaan ontwikkelen. En dat proces mogen begeleiden is volgens mij het mooiste van het trainerschap.

 

Bronnen

NL Coach 2015 / 3

Sportgericht 2014 / 2